Twee landen één gedachte: het lukt in beide gevallen niet

Unknown

Het land dat maar niet lukken wil
Schrijver: Fleur de Weerd | Aantal pagina’s: 288 | Eerste uitgave: Atlas Contact, 2015 | Prijs: 21,99 | Genre: Geschiedenis, reisverhaal

Maar wat precies wil in beide gevallen niet lukken? Het antwoord is simpel: alles. De corrupte politiek, het achterlaten van de pijnlijke geschiedenis, grote ongelijkheid, een onvoldoende ontwikkelde economie, het hiërarchische machtsmisbruik en de ongemotiveerde bevolking maken het de landen Congo en Oekraïne niet makkelijk om de ladder naar een eerstewereldland te beklimmen.

Dat de twee reisverhalen Congo, een geschiedenis en Het land dat maar niet wil lukken allebei in de prijzen zijn gevallen is geen verrassing. Fleur de Weerd (1985) bracht als journaliste en correspondent voor Trouw, het Parool, De Tijd en Radio 1 in Oekraïne door gedurende de tijd dat de onrust rondom het eiland de Krim uitbrak. In haar boek Het land dat maar niet lukken wil gaat ze op zoek naar antwoorden op de vragen die niet uit kunnen blijven aangezien Oekraïne al jaren prominent aanwezig is in het nieuws. Wat is het voor land? Wie wonen er? Wat zijn de idealen en ambities van de bevolking? En hoe ervaren zij het huidige Oekraïne dat los staat van de voormalige Sovjet-Unie? In 288 woorden weet zij een genuanceerd beeld te schetsen over het leven in dit treurige, verscheurde Oekraïne. Het Oost-Europese land dat sinds 1991 onafhankelijk is, en nu met man en macht probeert het hoofd boven water te houden. Dat verdient zonder enige twijfel de bob den Uyl-prijs (2016) voor het beste literaire reisboek.

“Heel even, op 11 juni 2012, gebeurde er iets wonderlijks in Oekraïne. Het nationale elftal won zijn eerste wedstrijd op het EK in eigen land van Zweden. Aan de hand van de oude meester Andrij Sjevtsjenko, die triomfen vierde bij AC Milan en Chelsea, buigt het thuisland een achterstand om in een overwinning. Tot verbazing en ontroering van de Oekraïense supporters. “Ze zijn bezeten door een bijna heilige blijdschap, die in niets lijkt op de blijdschap die je in Nederland ziet na een gewonnen wedstrijd”, beschrijft Fleur de Weerd tegen het eind van het boek. “Dronken mensen zijn er nauwelijks. In plaats daarvan zijn de straten gevuld met hevig geëmotioneerde Kievenaren die gearmd Oekraïens volksliederen zingen.”

En dat was zo ongeveer het enige moment dat de Oekraïners trots zijn geweest op hun land. Het verhaal laat je hoofdstuk na hoofdstuk verrassen; “dit is wat de Fascisten deden met Joden. Ze maakte er zeep van’’ is slechts één enkel voorbeeld van de Oekraïense gruwelijkheden die door De Weerd op papier zijn gezet. Haar avontuurlijke instelling leveren talloze verhelderende anekdotes op. “Oekraïners zijn allemaal net zoals die koffieverkoopster. Zolang ze niet inzien dat ze best lege bekertjes kunnen verkopen, komt het niet goed met dit land.”

Door de enthousiaste schrijfstijl en toegankelijkheid van De Weerd weet je na afloop alles wat je moet weten over Oekraïne. De bevolking neemt geen initiatief om het door oligarchen beheerste land op het rechte pad te trekken, van Rusland moet een deel van de gefrustreerde bevolking niks hebben, de omvorming van een communistische naar een kapitalistische samenleving verloopt niet soepel en het paasei is en blijft Oekraïnes grootste trots.

Fleur neemt tijdens haar reis geen blad voor de mond en gaat confrontaties met de pessimistische Oekraïense bevolking niet uit de weg. Ze spreekt bijzondere inwoners zoals een mijnwerker, homopriester, een ultranationalist met een passie voor het paasei en een verstoten schrijver in Oezjhorod. Door te luisteren naar familieverhalen probeert ze een beeld te schetsen van het land vol met complexe karakters. De geschiedenis is ingewikkeld en de gedachtegang van de bevolking is op vele aspecten niet te begrijpen, maar dankzij deze journaliste ben je geneigd het land toch een kans te geven.

dvReybrouck

Congo, een geschiedenis Schrijver: David van Reybrouck | Aantal pagina’s: 640 | Eerste uitgave: De Bezige Bij, 2009 | Prijs: 19,95 |Genre: Geschiedenis, reisverhaal

Het boek Congo, een geschiedenis, geschreven door David van Reybrouck is van heel andere orde. Hoewel het eveneens een geschiedenisboek betreft, is het met ongeveer drie keer zoveel woorden als het land dat maar niet lukken wil compleet verschillend. Op het genre na zijn de boeken qua historie twee uitersten van elkaar. De ongelijkheid in de twee landen is groot, de pijn en het leed van de bevolking is bij het lezen bijna te voelen en beide verhalen vallen in de categorie van gebieden met een koloniaal verleden. Tijd en plaats maken de verschillen echter al gauw duidelijk. In Oekraïne werd de plattelandse bevolking zonder pardon in de trein geslingerd, in Congo werd het voor West-Afrikaanse slaven de boot. “Wanneer een van ons opstandig werd, sneed men met een mes in zijn vlees en werd er peper en azijn in gesmeerd,” citeert Van Reybrouck.

David van Reybrouck (1971) reisde tien keer af naar Congo om zo zijn -met de AKO-literatuurprijs bekroonde- boek over de voormalig Belgische kolonie te voltooien. Dat het jaren heeft geduurd, heeft hoe dan ook zijn vruchten afgeworpen: al lezende krijg je het gevoel alsof je met hem mee reist en de geuren, kleuren en historie van Congo zelf aan het ontdekken bent. Dat neemt echter niet weg dat de identiteit van deze archeoloog, namelijk cultuurhistoricus en romanschrijver uit België doorschemert. Want hoe je het ook bekijkt: Van Reybrouck is en blijft een witte, Belgische man en de jaren onderdrukte bevolking van Congo zwart.

En juist dat kleurverschil zorgde ervoor dat de Congoleze bevolking in de periode van het Interbellum leefde met grote angst. Want hoewel Koning Leopold II de Congo Vrijstaat stichtte met het idee om de slavenhandel te stoppen en er een vrij, modern land van te maken, deed hij er alles aan om de schatkist van Brussel plus zijn eigen portemonnee te vullen. De door hem opgelegde rubberwinning ging gepaard met oneindig veel executies, verminking, uithongering en ziekte en kostte naar schatting het leven van tien miljoen Congolezen.

Om maar een voorbeeld van de gruwelijkheden te noemen: De zwarte rubberophalers met een geweer moesten hun witte meerderen bewijzen dat ze hun kogels niet verspilden aan wild, maar gebruikten om onwillige Congolezen te doden. Zo ontstond de gewoonte om slachtoffers de rechterhand af te hakken. Als ‘bonnetje’. Maar de chef was soms weken weg. ‘De handen werden gerookt boven een houtvuur, opdat ze niet zouden rotten.’

Tot in de kleinste details maakt de archeoloog duidelijk wat voor land Congo nou eigenlijk is. Hij haalt naast zijn vlotte, creatieve schrijfvermogen alle extra’s uit de kast om de periode tussen 1885 en 2010 zo goed mogelijk te beschrijven. Kaarten, afbeeldingen, films, documentaires, romans, eigen indrukken en verhalen worden kleurrijk besproken en ingezet om de lezer zo diep mogelijk mee Congo in te trekken. Zo ook met de cover van het boek: deze toont de stokoude Nkasi, die maar liefst de leeftijd van 128 wist te bereiken. Het is de man waaraan David van Reybrouck zijn dikke boekwerk opdraagt. Van Reybrouck kreeg het genoegen om naast deze Congolees tal van andere markante karakters te ontmoeten, die hij maar al te graag met veel metaforen portretteert.

Tijdens het lezen van Congo, een geschiedenis vraag je je af waarom er in al die tijd geen volksopstand is opgetreden zoals in 2014, ook in Oekraïne plaats vond. Het boek is een ontdekkingsreis waarbij de vraag ‘dit kan toch niet echt waar zijn?’ maar blijft opkomen. De afwisseling tussen sociaal-economische feiten en waargebeurde verhalen zorgt ervoor dat het boek ondanks het aantal woorden blijft boeien. ‘Volgens de inheemse bevolking was de periode nog erger dan de slavernij,” beschrijft David van Reybrouck. Dat moet toch wel tot een burgeroorlog leiden?

Zowel De Weerd als Van Reybrouck hanteren een inspirerende aanpak: niet de autoriteiten, maar lokale bevolking hun verhaal laten doen. Hoewel de vrouwelijke, jonge journaliste de feitelijke kennis over Oekraïne vaak achterwege laat, beschrijft van Reybrouck ieder feit uit de geschiedenis met behulp van meerdere voetnoten per pagina. Je gelooft het bijna niet, maar je weet dat het wel moet kloppen: het brede scala aan bronnen uit verschillende archieven achterin het monumentale boek is het bewijs van zijn waarheidsgetrouwe, uitputtende onderzoek. Zonder twijfel begon hij zijn avontuur goed gedocumenteerd. Dat het op sommige punten poëtisch is, maakt door deze onderbouwing niet uit. Figuurlijke zinnen als ‘mobiele telefonie is voor Afrika wat de boekdrukkunst voor Europa was: een ware revolutie die de structuur van de samenleving grondig herdefinieert’ maken het ontdekken van dit Afrikaanse land alleen maar interessanter.